Twee databases
Elke applicatie is een paar: de bedrijfsdatabase met je tabellen, views en procedures, en een projectdatabase met de applicatiedefinitie — cards, velden, acties, children, taken en gebruikers. Bedrijfsdata en applicatiemetadata blijven strikt gescheiden, maar reizen samen.
Cards zijn schermen
Een card benoemt de view die de lijstdata levert, de schrijfbare basistabel erachter, de primaire sleutel, en optioneel een reducer — een WHERE-clausule die op elke query van dat scherm wordt toegepast. Meerdere cards kunnen dezelfde tabel op verschillende manieren tonen voor verschillende rollen.
Acties zijn T-SQL
Een knop is een script. Het draait server-side met het huidige record en de huidige gebruiker in scope, kan elke procedure aanroepen, een dialoog openen, naar elke tabel schrijven, en het scherm verversen wanneer het klaar is.
Gecompileerde caches
Het framework precompileert de select-statements per card, zodat het renderen tijdens runtime een rechttoe-rechtaan query is in plaats van dynamische opbouw.
Het framework is met zichzelf gebouwd
De schermen die cards, velden en acties beheren, zijn zelf cards. Alles wat het platform met jouw applicatie kan doen, kun je het zien doen met zichzelf.
Vragen over de architectuur?
Zie ook static.tsql.app ↗ voor uitgebreidere technische documentatie.
info@ux1.nl